Sport gaat niet vanzelf. Achter elke sportende inwoner staan mensen die zich dagelijks inzetten om dat mogelijk te maken – in de wijk, in de gemeenteraad en daarbuiten. Zij maken zich er hard voor dat sportclubs kunnen blijven voortbestaan, dat kinderen na school kunnen bewegen en dat niemand aan de kant hoeft te staan omdat meedoen te duur of te ver weg is.
We spraken vijf wethouders uit verschillende gemeenten over wat hen drijft, welke uitdagingen zij tegenkomen en welke ambities zij hebben voor sport en bewegen. Want wie bepaalt er eigenlijk welke sportvelden er komen? En hoe zorg je dat sport écht voor iedereen toegankelijk is, ongeacht achtergrond, leeftijd of portemonnee? Lees hun verhalen via de knop hieronder.
Het artikel is onderdeel van de campagne ‘Sport gaat niet vanzelf’. Daarin spreken we vijf lokale bestuurders over hun drijfveren, uitdagingen en ambities voor sport en bewegen. De campagne ‘Sport gaat niet vanzelf’ is een initiatief van NOC*NSF, Maatschappelijke Organisaties in de Sport (MOS), POS (Platform Ondernemende Sportaanbieders) Sportkracht12, Sportbedrijven Nederland en KNVB.
Provinciale sportorganisaties brengen partijen samen om kansen voor sport en bewegen in de openbare ruimte te verkennen richting 2030.
We moeten collectief meer in beweging komen. In 2024 voldeed slechts 46,2% van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder aan de beweegrichtlijnen en dat is te weinig (bron: Sport en Bewegen in Cijfers). De openbare ruimte is een belangrijke plek om mensen (meer) in beweging te krijgen en te houden, mede omdat steeds meer mensen behoefte hebben aan niet-georganiseerde sport.
Tegelijkertijd staat diezelfde ruimte steeds meer onder druk, onder andere door verstedelijking en de groeiende behoefte aan woningbouw. Maar om te kunnen blijven sporten en bewegen, dichtbij huis, hebben we die ruimte juist hard nodig.
Om in kaart te brengen waar landelijk de knelpunten liggen, deed Mulier Instituut in 2024 onderzoek naar de sportbehoeften van de toekomst (klik hier voor het onderzoeksrapport). Op basis van deze resultaten heeft NOC*NSF vervolgens het manifest ‘Ruimte voor sport, energie en jongeren’ opgesteld met als kernboodschap: zorg voor sportplekken dichtbij huis en betrek jongeren bij de inrichting van hun leefomgeving.
Verschillende provinciale sportorganisaties (waaronder SSNB, SportDrenthe, Team Sportservice (provincie Utrecht), Sportservice Flevoland, SportZeeland, Sport Fryslân en de Gelderse Sport Federatie) hebben zich, in opdracht van NOC*NSF, de afgelopen maanden in hun provincie ingezet voor die ruimte voor sport.
Zo werd in zeven provincies een verkenning uitgevoerd (Utrecht, Friesland, Gelderland, Noord-Brabant, Drenthe en Flevoland) en in vijf provincies een verdieping georganiseerd. Deze verdiepingen werden georganiseerd via regiobijeenkomsten in het eerste kwartaal van 2026 en richtten zich op het verzamelen van ideeën en kansen voor het creëren van meer ruimte voor sport en sportief bewegen, met een focus op een water, groene en landelijke omgeving.
Via de regiobijeenkomsten werden partijen samengebracht die vanuit hun eigen domein kunnen bijdragen aan meer ruimte voor sport. Denk hierbij aan sport- en terreinbeheerders, gemeenten en organisaties in de beweeg- en recreatiesector. De bijeenkomsten leverden inzichten op over kansen, samenwerking en gebruik van de openbare ruimte. Door deze partijen samen te brengen, zetten we in de provincies stappen richting een visie op het toekomstbeeld voor 2030.
Op dinsdag 10 maart 2026 vond in Goes een van die bijeenkomsten plaats. De dertig aanwezigen kwamen uit verschillende hoeken: van gemeente en ondernemers tot sportverenigingen en personen vanuit de Provincie Zeeland en wethouders.
Onder leiding van Ro Koster (moderator en architect) werd een creatieve werkvorm uitgevoerd waarbij ideeën uit de zaal rondom ruimte maken voor sport meteen op een interactieve kaart werden ingetekend. Daarbij gaf Patrick Vader (manager Sport Zeeland) aan deze bijeenkomst en inzichten een vervolg te geven door middel van regionale sessies die op een later moment worden gepland.
De bijeenkomst in Zeeland laat zien dat er oneindig veel ideeën zijn en dat out-of-the-box denken als het gaat om oplossingen het verschil kan maken.
Ook in Almere en Diever werden twee interessante bijeenkomsten georganiseerd. Bij beiden van deze bijeenkomsten viel op dat de natuursector en overheden goed vertegenwoordigd waren.
In zowel Almere en Diever werden inspirerende Brabantse voorbeelden behandeld. Zo werd er in Almere een presentatie georganiseerd rondom Magic Trailz (een app waarin verhalen en opdrachten verschijnen) die de omgeving tot leven brengen. En in Diever verzorgder Tim van Dooren een presentatie ‘Buitenkansen’: een project dat goed past bij de adviezen uit de Blauwdruk.
De bijeenkomsten en inzichten uit de bijeenkomsten in Almere en Diever leren dat de focus in iedere provincie anders is. Bij de ene bijeenkomst duiken de aanwezigen direct de diepte in, bij de andere bijeenkomst is het een wat algemener beeld en is op inhoud iets voor een toekomstige bijeenkomst.
In het noorden van het land werd op een mooie locatie ook één van de bijeenkomsten georganiseerd. De bijeenkomst werd georganiseerd door Kennislab BIOR Noord, een samenwerkingsverband tussen Sport Fryslân, SportDrenthe, Huis voor de Sport Groningen en Hanzehogeschool Groningen. Via Kennislab BIOR Noord maken zij zich, samen met verschillende lokale en regionale netwerkpartners, sterk voor een omgeving die mensen van jong tot oud verleidt tot buiten bewegen, sporten, spelen en recreëren.
Bij deze bijeenkomst stonden verschillende workshops op het programma, onder leiding van o.a. Patrick Jansen (Track&Trails) en Wim Meijberg (IVN). Er was tijdens de workshops veel ruimte voor interactie en de voorbeelden die werden gegeven waren herkenbaar voor de aanwezigen.
Sportkracht12 is blij en trots op de samenwerking met NOC*NSF binnen deze opdracht. Het inzetten van de bestaande provinciale, regionale en lokale contacten vanuit de provinciale sportorganisaties zorgde voor succesvolle bijeenkomsten en waardevolle inzichten.
We benadrukken nogmaals dat sporten en bewegen een recht is, waar iedereen dicht bij huis gebruik van zou moeten kunnen maken. Een beweegvriendelijke openbare ruimte is hiervoor essentieel. Hiervoor is samenwerking tussen verschillende domeinen van landelijke tot lokale overheden vereist én een open blik. Waarin we kijken naar kansen en mogelijkheden in plaats van obstakels. Samen geven we de ruimte aan sport en zorgen we dat de openbare plek uitnodigt om (meer) in beweging te komen.
Wil je in jouw provincie of gemeente ook aan de slag met de blauwdruk of meer ruimte voor sport? Neem dan contact met ons op via info@sportkracht12.nl.
Zondag 14 juni is het 10 jaar geleden dat Nederland het VN-verdrag Handicap ondertekende. Daarmee wordt geregeld dat mensen met een beperking onbeperkt kunnen meedoen in de samenleving. Sindsdien zijn er stappen gezet, maar we hebben samen ook nog werk te doen. Veel mensen met een zichtbare of onzichtbare beperking ervaren nog dagelijks drempels. De meeste Nederlanders willen mensen met een beperking in dat soort dagelijkse situaties actief helpen. Maar weten niet altijd hoe ze daar op een passende manier het gesprek over kunnen beginnen. Bijvoorbeeld omdat ze bang zijn om iets verkeerds te zeggen. Daarom start minister Mirjam Sterk (coördinerend bewindspersoon VN-verdrag Handicap) deze week een campagne rond de vraag die in alle situaties kan helpen: ‘Heb je iets nodig?’
De nieuwe campagne is samen met belangenorganisaties voor mensen met een beperking gemaakt door het Ministerie Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De campagne is bedoeld om ongemakkelijke situaties te doorbreken en mensen op te roepen om gewoon te vragen: ‘Heb je iets nodig?’. De campagne roept onder andere werkgevers op om dé vraag te stellen aan mensen met een beperking. Maar ook collega’s, klasgenoten én voorbijgangers. Dat kan helpen om Nederland stap voor stap toegankelijker te maken zodat iedereen kan werken, sporten, leren, reizen en uitgaan.
De vraag is tot stand gekomen met vertegenwoordigers van belangenorganisaties voor mensen met een beperking. “Met de vraag ‘Heb je iets nodig?’ zit je altijd goed”, zegt Hanna Nijenhuis (29). Zij volgt de master Disability Studies en is betrokken bij de campagne. Hanna verloor toen ze 20 was plots haar zicht door een erfelijke oogziekte. “Als je bijvoorbeeld merkt dat ik moeite heb met het lezen van een etiket in de supermarkt, kun je me gewoon vragen: ‘Heb je iets nodig?’. Daar is helemaal niets raars of ongemakkelijks aan. Want jij hebt, zonder handicap, ook wel eens iets nodig, toch?”
Met de Nationale Strategie VN-Verdrag Handicap en de werkagenda 2030 werkt de Rijksoverheid naar een toegankelijke samenleving in 2040. Daarvoor moeten nog grote stappen worden gezet, zegt minister Sterk (VWS): “Deze campagne helpt om mensen het goede gesprek te laten voeren. Maar er moet natuurlijk nog veel meer gebeuren. Want onbeperkt meedoen is nog niet vanzelfsprekend in Nederland. En dat moeten we juist zo snel mogelijk dichterbij brengen. Daarin heeft de overheid een belangrijke taak. Maar natuurlijk ook bedrijven, maatschappelijke organisaties en heel veel andere betrokkenen moeten zich blijven inzetten om fysieke, digitale en sociale drempels in de samenleving weg te nemen.”
Daarom roept de campagne bijvoorbeeld ondernemers, sportverenigingen en vervoerders op om dé vraag te stellen aan mensen met een beperking. Want onbeperkt meedoen betekent ook werken, sporten, leren, uitgaan en met het openbaar vervoer reizen. Sterk: “De oplossing hoeft niet altijd moeilijk of duur te zijn. Denk bijvoorbeeld aan het installeren van voorleessoftware op een werklaptop voor iemand met een visuele beperking. Of lage zelfscankassa’s in de supermarkt zodat mensen met een rolstoel hun boodschappen helemaal zelf kunnen afrekenen.”
Door het gesprek aan te gaan, ontdek je of je iets kunt doen voor iemand met een beperking. Zo’n gesprek begint met het stellen van een eenvoudige vraag. Ga naar vraagje.nl (klik hier om naar de website te gaan) voor tips en situaties uit het dagelijks leven.
Een toegankelijke samenleving vraagt inspanningen van ons allemaal. Soms vraagt dit om een simpele aanpassing, soms heeft dit meer tijd nodig. Maar ook dan begint onbeperkt meedoen met de vraag: ‘Heb je iets nodig?’. Daarom bezoeken drie bewindspersonen op woensdag 10 juni verschillende plekken in het land om de campagne af te trappen.
Minister Sterk (VWS) bracht woensdagochtend een bezoek aan de Prinses Maxima Manege in Den Dolder. Hier sporten mensen met én zonder beperking met elkaar. Staatssecretaris Bertram (IenW) stapte woensdagochtend in Den Haag in de tram om te praten met mensen met uiteenlopende beperkingen over wat nodig is om het openbaar vervoer toegankelijker te maken. Minister Aartsen (SZW) gaat vanmiddag bij Van Lanschot Kempen in gesprek met vier medewerkers vanuit het Ability programma van het bedrijf. Tijdens de gesprekken van de bewindspersonen staat de vraag ‘Heb je iets nodig?’ centraal.
Zit je een dag of periode niet lekker in je vel? Dan kan iets kleins als koken of het aanrecht afdoen al veel energie kosten, laat staan het huis uit gaan om een rondje te wandelen of naar voetbaltraining of schilderles te gaan. Juist activiteiten die weer energie, structuur en verbinding kunnen geven, verdwijnen vaak als eerste uit beeld wanneer iemand zich langere tijd somber, gestrest of onzeker voelt.
Mentale gezondheid onder jongeren voelt voor veel professionals nog als een onderwerp dat verder van de dagelijkse praktijk af staat. De komende weken verschijnen daarom artikelen die helpen bij het vergroten van kennis, bewustwording en praktische handvatten.
Uit onderzoek van het Trimbos-instituut uit 2023 (bron: RIVM) blijkt dat mentale problemen onder jongeren veel voorkomen. Zo ervaart bijna een derde van de leerlingen in het voortgezet onderwijs (12 t/m 16 jaar) mentale klachten.
Wanneer het mentaal minder goed gaat met een jongere, ontstaan er vaak onzichtbare drempels. Voor de buitenwereld niet altijd zichtbaar, maar voor de jongeren zelf wel degelijk voelbaar. Dit uit zich vaak in veranderd gedrag: jongeren trekken zich meer terug, laten minder van zich horen of haken af bij trainingen, activiteiten of repetities. Dat wordt soms gezien als desinteresse of gebrek aan motivatie, terwijl er vaak veel meer achter zit.
Juist daarom zijn sport, bewegen en cultuur zo belangrijk. Ze dragen bij aan het mentaal welbevinden en de ontwikkeling van mentale vaardigheden (bron: Mulier Instituut).
Sport en bewegen kunnen zorgen voor meer structuur, energie en ontspanning. Daarnaast helpt het jongeren om anderen te ontmoeten, positieve relaties op te bouwen, eigenwaarde te versterken en leren om te gaan met groepsdruk, feedback krijgen en winnen en verliezen (bron: Mulier Instituut).
Ook cultuur speelt hierin een belangrijke rol. Creatieve activiteiten helpen jongeren om zich te uiten, plezier te ervaren en verbinding te voelen met anderen. Of het nu gaat om muziek, dans, theater of andere culturele activiteiten: deelnemen draagt bij aan meer veerkracht en emotionele ontwikkeling.
Wanneer jongeren beter in hun vel zitten, heeft dat vaak effect op meerdere vlakken van hun leven: van meer zelfvertrouwen en minder stress tot beter functioneren in het dagelijks leven.
Als professional merk je mogelijk op dat er iets speelt bij een jongere. Omdat je jongeren vaak al een langere tijd ziet, herken je subtiele veranderingen sneller.
Tegelijkertijd kan het lastig zijn om te bepalen wat je vervolgens kunt doen. Dat is begrijpelijk. Het belangrijkste om te onthouden: door er simpelweg te zijn en te luisteren, kun je al veel betekenen voor een jongere.
Gelukkig wordt er steeds meer ontwikkeld om professionals hierin te ondersteunen, daar duiken we in het volgende artikel dieper op in. Niet om hulpverlener te worden, maar juist om de signalen in gedrag beter te herkennen, het eerste gesprek aan te gaan en door te verwijzen waar nodig.
Een eerste hulpmiddel hierbij is de Wegwijzer Mentale Gezondheid van Kenniscentrum Sport & Bewegen. Deze wegwijzer is speciaal ontwikkeld voor buurtsport- en cultuurcoaches die werken met jongeren en helpt professionals om meer kennis op te doen over mentale gezondheid en passende ondersteuning.
Van 1 tot en met 7 juni 2026 vindt de Week van de Mentale Gezondheid plaats. In aanloop naar deze week verschijnen vanuit Sportkracht12 en de Landelijke Academie Buurtsportcoaches met medewerking van LKCA, Mulier Instituut, Augeo Foundation en Kenniscentrum Sport & Bewegen, meerdere artikelen over mentale gezondheid, sport, bewegen en cultuur. Daarmee dragen we bij aan meer bewustwording én praktische handvatten voor professionals in het veld.
De buurtsportcoach is al lang niet meer uitsluitend de uitvoerende professional die sportactiviteiten organiseert in de wijk. Het werkveld verandert. Gemeentelijke opgaven verschuiven, en daarmee ook wat er van de buurtsportcoach verwacht wordt. De focus ligt niet meer alleen op sport en bewegen, maar ook op thema’s als inclusie, gezondheid, kansengelijkheid en sociale cohesie. Dit vraagt om andere accenten en aanvullende competenties.
Tegelijkertijd groeit ook de professional zelf. Soms vanuit ambitie, soms vanuit noodzaak. De buurtsportcoach ontwikkelt zich; in functie, in expertise of in verantwoordelijkheden. En juist in die beweging ligt een kans: voor de professional, voor werkgevers én voor gemeenten.
Ontwikkeling binnen de bestaande rol
Die groei speelt zich lang niet altijd af in een nieuwe functie. Juist binnen de bestaande rol verandert er veel. De buurtsportcoach beweegt zich in een dynamisch werkveld, waarin samenwerking met onderwijs, zorg, welzijn en overheden steeds belangrijker wordt.
De rol van de buurtsportcoach is zich aan het verbreden (bron: Mulier Instituut): van uitvoerder naar verbinder en van aanbieder naar partner in maatschappelijke opgaven. Dat betekent dat de professional zich continu moet aanpassen aan een veranderende context, ook als de functietitel hetzelfde blijft.
Groeien in vaardigheden én inhoud
Met deze verschuiving vraagt het werk om andere vaardigheden. Generieke vaardigheden als netwerken, communiceren en samenwerken zijn essentieel geworden om impact te maken in de wijk. De buurtsportcoach werkt immers steeds vaker samen met verschillende partners, ieder met hun eigen belangen en werkwijzen.
Tegelijkertijd groeit de behoefte aan inhoudelijke, specialistische kennis op thema’s die lokaal spelen. Denk aan inclusie, gezondheid, kansengelijkheid of participatie. De professionele ontwikkeling van de buurtsportcoach bestaat daarmee uit zowel verbreding als verdieping: sterker worden in hoe je werkt én in waar je aan werkt.
Houvast, inzicht en ontwikkeling vanuit de landelijke lijn
Om richting te geven aan deze ontwikkeling biedt de Landelijke Academie Buurtsportcoaches (LAB) verschillende instrumenten die landelijk zijn afgestemd en herkenbaar zijn binnen alle regio’s.
Zo zijn er verschillende BRC-profielen (Brede Regeling Combinatiefuncties) uitgewerkt, die beschrijven welke kennis, ervaring en competenties passen bij specifieke functies, zoals buurtsportcoach, combinatiefunctionaris onderwijs of cultuurcoach. Deze profielen bieden houvast voor de professional zelf, maar ondersteunen ook werkgevers en gemeenten in het gesprek over ontwikkeling, inzet en doorgroeimogelijkheden.
Voor inhoudelijke verdieping zijn er ontwikkelroutes opgesteld. Deze geven perspectief binnen specifieke thema’s of domeinen en laten zien welke stappen een professional kan zetten om verder te groeien. De bijbehorende leerlijnen maken concreet welke scholing, kennis en ervaring daarbij horen. Door het volgen van een ontwikkelroute kan een buurtsportcoach bijvoorbeeld doorgroeien van uitvoerend naar coördinerend of strategisch niveau, of de stap maken naar een ander profiel.
Een concreet voorbeeld is de Ontwikkelroute Inclusie, ontwikkeld door LAB. Deze route bundelt relevante scholingen, cursussen en kennistools en maakt inzichtelijk welke mogelijkheden er zijn om je binnen dit thema professioneel te ontwikkelen. Scholing vormt hierbij de sleutel om daadwerkelijk stappen te zetten en nieuwe rollen en verantwoordelijkheden goed te kunnen vervullen.
Regionale academies en provinciale sportorganisaties
De landelijke lijn van LAB komt in de praktijk tot leven via de regionale academies, die nauw samenwerken met provinciale sportorganisaties. Deze organisaties vormen de cruciale verbinding tussen landelijke kaders en de dagelijkse praktijk van de buurtsportcoach.
Provinciale sportorganisaties staan dicht bij de professional. Zij hebben direct contact met buurtsportcoaches, werkgevers en gemeenten en kennen de regionale context, behoeften en vraagstukken. Vanuit die positie halen zij signalen op uit het werkveld: waar liggen de ontwikkelvragen, welke thema’s spelen, en welke competenties zijn nodig om lokaal impact te maken?
Regionale academies vertalen deze signalen, samen met de landelijke profielen en ontwikkelroutes van LAB, naar passend scholingsaanbod. Door middel van behoefteonderzoek, gesprekken met professionals, leidinggevenden en gemeenten, en samenwerking met opleiders zorgen zij dat scholing aansluit bij zowel landelijke kwaliteitskaders als regionale praktijk.
Zo ontstaat er een samenhangend stelsel waarin:
Dit versterkt niet alleen de professional zelf, maar ook de kwaliteit en samenhang van het werkveld als geheel.
Blijven bewegen in een veranderende context
De kern is helder: de buurtsportcoach werkt in een omgeving die voortdurend verandert. Of de ontwikkeling nu voortkomt uit persoonlijke ambitie of uit de veranderende vraag van gemeenten en werkgevers, stilstaan is geen optie.
Instrumenten zoals profielen, ontwikkelroutes en scholing bieden daarbij houvast. Ze zijn geen doel op zich, maar hulpmiddelen om richting te geven aan duurzame groei. Voor de buurtsportcoach, voor werkgevers én voor gemeenten.
Want wie anderen in beweging brengt, moet zelf ook blijven bewegen.